
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
Artikel 41
1
Verstrekking van persoonsgegevens waarvan de juistheid redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld of die meer dan 10 jaar geleden zijn verwerkt, terwijl ten aanzien van de desbetreffende persoon sindsdien geen nieuwe gegevens zijn verwerkt, vindt niet plaats.
2
In afwijking van het eerste lid kan over persoonsgegevens slechts mededeling worden gedaan aan:
a
een dienst of een instantie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onder d;
b
instanties die zijn belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c
andere instanties in door Onze betrokken Minister te bepalen bijzondere gevallen.
3
Bij een mededeling als bedoeld in het tweede lid wordt de mate van betrouwbaarheid alsmede de ouderdom van de daaraan ten grondslag liggende gegevens vermeld. Indien met betrekking tot de desbetreffende gegevens een verklaring als bedoeld in artikel 48, eerste lid, voorhanden is, wordt deze gelijktijdig verstrekt.
4
Artikel 40, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.